Kaartspellen zijn handig omdat ze bij verschillende tempo’s passen: je kunt tijdens een pauze een korte ronde spelen of rustig de situatie bekijken als je zin hebt om na te denken. Ze combineren vaak toeval en berekening: de kaarten kunnen onvoorspelbaar worden gedeeld, maar het resultaat hangt af van hoe de speler de beschikbare kaarten gebruikt. Bij patience spellen zijn de volgorde van zetten, het omdraaien van verborgen kaarten en het vermijden van geblokkeerde vervolgmogelijkheden belangrijk. In spellen met tegenstanders moet je niet alleen je eigen hand volgen, maar ook welke kaarten al zijn gespeeld, welke beslissingen andere spelers nemen en wanneer je een sterke zet beter kunt bewaren.
Bij het kiezen van een kaartspel is het verstandig om rekening te houden met je stemming en beschikbare tijd. Voor rustige ontspanning zijn solospellen zonder haast meestal geschikter, omdat je elke stap kunt overdenken. Wil je meer spanning, dan zijn partijen met tegenstanders, slagen, inzetten of combinaties interessanter. Beginners hebben baat bij spellen waarbij het doel meteen duidelijk is en de regels tijdens het spelen geleidelijk begrijpelijk worden. Ervaren spelers vinden vaak spellen interessanter waarin ze meerdere zetten vooruit moeten plannen en risico’s moeten inschatten. Een goed kaartspel vraagt geen haast: hoe aandachtiger de speler naar de situatie kijkt, hoe vaker winst het gevolg is van een beslissing en niet alleen van een gelukkige deling.














































